< Terug naar overzicht

Ricky De Sire & Arpatle - In Het Dove Oor

Ricky De Sire En De Koters / Ricky De Sire & Arpatle - In Het Dove Oor

eigen beheer, www.ricky-desire.nl


De Rotterdamse singer-songwriter Eric de Boer alias Ricky de Sire heeft twee EP’s samengebracht op In het dove oor. Als vanouds staan de liedjes weer bol van absurde rijmsels die op de lachspieren werken. Sexuele obsessies, frustraties en onnavolgbare teksten doen de wenkbrauwen fronsen. ‘Jij wilt balanceren op de pijngrens / Dan pas, zeg je, voel jij genot / Ben je rein of rot?‘, gevolgd door het olijke refrein: ‘Dubbele penetratie’. In Zorro-outfit etaleert hij trots zijn sixpack op de cover. In de jaren ‘60 en ‘70 kwam je dit soort meligheid in de Nederbeat vaker tegen, nu kun je de Sire bijna een anachronisme noemen. Zijn fratsen doen wat aan stadgenoot en collega dorpsgek Harry den Hartog denken, maar Ricky de Sire is beter te verstaan. Dat is maar goed ook, want zijn gerijm is zijn unique selling point. Oerdrift: ‘Een chocoladekonijntje dicteert jou vandaag wie je was, wat je doet, hoe je zeurt / en de lilakleuren van de jas die ze draagt / zijn reeds lang verkleurd.‘ Of wat dacht u van deze: ‘Gilette contour op de badkamervloer / ik reïncarneer de volgende keer in mooier weer / het eind van mij, is het niet stoer?‘’ Of deze pathos gemeend is of ironie, je komt er niet achter. Ricky is daarmee intrigerend, tenenkrommend en wereldvreemd. Samenwerken met Patrick Bossink (Arpatle) heeft wel goed uitgepakt: die voegde electronica toe en zorgde voor een professioneler geluid. De Koters gaven EP nummer twee een retrosound mee met gruizige gitaren en een sixties-orgeltje. De schaamteloze exhibitionist Ricky de Sire is gedoemd een marginaal verschijnsel te blijven, maar lijkt zich daar prima op zijn plek te voelen. Een welkom tegenwicht binnen de zichzelf soms iets te serieus nemende Nederpopscene.

De volgende recensie is helaas op het laatste moment geschrapt:

Dustin Wong - Infinite Love
Thrill Jockey / De Konkurrent

Gitarist Dustin Wong richtte in 2005 de punky artrockband Ponytail op. De vooral live erg populaire band uit Baltimore is inmiddels uit elkaar. Hij speelde nog een tijdje in Ecstatic Sunshine, maar besloot toch solo verder te gaan. In 2009 kwam zijn eerste soloplaat uit bij Thrill Jockey en de workaholic komt nu alweer met opvolger Infinite Love. Een dubbel-cd met als extraatje een zelf opgenomen dvd, want hij volgde ondertussen ook een filmstudie. De plaat bevat slechts twee tracks, getiteld Brother en Sister. Twee keer 40 minuten hypnotiserende gitaarpatronen, slechts heel af en toe aangevuld door een drummachine. Omringd door een batterij pedalen zet hij een prachtig orkestraal geluid neer dat zo gevarieerd is dat 40 minuten gek genoeg niet te lang is. Loops, delays, distortion en digitale effecten zorgen voor een voortdurende veranderende klankkleur en sfeer. De fingerpickingmelodieën lopen zonder breaks organisch in elkaar over. Akkoorden spelen, daar doet Wong niet aan. Zijn stijl doet erg denken aan zowel de mathrockers van Don Caballero (waar hij ooit mee toerde) als Pullman en David Pajo (Papa M). Maar waar Don Caballero de neiging had te ontsporen in technisch vertoon, laat Wong spierballenvertoon gelukkig achterwege. Zijn punkverleden heeft hij met deze plaat achter zich gelaten. Ruim baan voor subtiele en uitermate sfeervolle gitaarweefsels, beinvloed door grootheden waar hij vroeger al naar luisterde zoals Brian Eno, Jimi Hendrix en John Fahey. Zijn liefdesverklaring aan de gitaar is hier en daar wel ietsje te infinite, maar dat mag de pret niet drukken.

Kort:

De New Yorkse singer-songwriter Sharon van Etten heeft op Epic (Ba Da Bing / De Konkurrent) haar teleurstellende ervaringen in de liefde tot ijzersterke songs omgezet. In de voetsporen van Joni Mitchell is ook van Etten indrukwekkend openhartig en daarbij gezegend met een prachtige en unieke stem. Opener A crime zet meteen de toon: ‘Never let myself love like that again’. Haar niet erg voor de hand liggende zangmelodieën blijven lang hangen.  Ook Save Yourself is een zoet klinkende aanklacht: ‘Don’t you think I know you’re only trying to save yourself’.

Easy Star maakte in 2003 een dubversie van Pink Floyd’s Dark side of the moon, wat een enorme hit werd. Easy Star All-Stars probeert nu met deze Dubber side of the moon (Easy Star / Bertus) dit succes te evenaren met een album vol remixes door o.a. Adrian Sherwood, Mad Professor, Dreadzone en Victor Rice. Resultaat: een erg lekkere collage van reggae, dub, elektronica, koortjes, melodica en wat dubstep.

Erik Kriek maakte deze prachtige coverillustratie: