< Terug naar overzicht

Twee cd recensies

Tortoise - The Catastrophist (Thrill Jockey / De Konkurrent)

De postrockband Tortoise maakte een verpletterende indruk met hun tittelloze debuut in 1994. Bezwerende krautrock/ postrock met marimba en een beetje jazz. Ook Millions Now Living Will Never Die (1996) en TNT (1998) waren erg sterk. Krautrock-invloeden maakten steeds meer plaats voor jazz, vooral toen gitarist Jeff Parker in 1994 aantrad. Het tussendoortje, In The Fishtank (een samenwerking met The Ex) overtuigde niet echt, maar ach, het was geen ‘officieel’ nieuw album. Toen in 2001 eindelijk het nieuwe album Standards verscheen, kwam pas de echte teleurstelling. De plaat klonk bombastisch, richtingloos en ongeïnspireerd. Daarna verschenen nog drie albums met hier en daar een sterke track (zoals Salt The Skies), maar te weinig om de aandacht vast te houden.
Was de koek echt op? Tortoise klonk dan nog steeds Chicago-kitsch-hip, het ontbrak aan memorabele composities. Te bedachte muzikantenmuziek, aangekleed met retrogeluidjes. Ik wilde mijn oude helden graag goed blijven vinden, maar het wilde niet lukken. In 2006 maakten ze samen met Will Oldham nog een album met covers. Covers! Nu leek het einde toch wel nabij.

Na zes jaar wachten zijn ze nu onverwacht sterk terug met The Catastrophist. Waarom deze nieuwe plaat? In 2010 kregen ze een opdracht van de gemeente Chicago om iets te maken, en wel: “rooted in its ties to the area’s noted jazz and improvised music communities.“ Dit kader heeft blijkbaar inspirerend gewerkt.
De single Gesceap (wat betekent dat nou weer?) was een verrassing: zeven en een halve minuut vuurwerk. Dit beloofde wat! Ik kon niet wachten tot het album uit zou komen. Helaas bleek de single wel meteen het beste nummer. The Catastrophist is wel stukken beter dan hun laatste paar platen, al kan niet tippen aan hun werk tot 1998. Ze lijken door de tijd ingehaald. Postrock is iets van de nineties, net als grunge. Zang is hier wel een nieuw element. Yo La Tengo’s Georgia Hubley zingt één nummer mee en Todd Rittman nam de David Essex-cover (uit ‘73) Rock On voor zijn rekening.
De band bestaan nog altijd uit de oprichters John Herndon en Douglas McCombs, aangevuld met John McEntire, Jeff Parker en Dan Bitney. Grijzende mannen, net als The Stones en Golden Earring. Zoals steeds meer bandjes die al decennia bestaan,  denken ze zo te horen nog niet aan stoppen. Wat dat betreft zijn ze helemaal bij de tijd. “Hey kid, rock and roll. Rock on, ooh, my soul”.

Charlie Hilton - Palana (Captured Tracks / De Konkurrent)

Singer-songschrijfster Charlie Hilton uit Portland heeft los van haar bandje Blouse een eerste soloplaat gemaakt. Palana brengt u zwoele electropop. De psychedelische retrosound wijkt niet heel erg af van wat ze met Blouse deed. Ze zegt beïnvloed te zijn door Nico, maar haar wat slaperige en toch heldere stem (met veel galm erop) doet vooral heel erg denken aan Trish Keenan, de helaas veel te vroeg overleden zangeres van het Britse Broadcast. Hilton heeft een fijne stem, maar is wat minder toonvast dan Keenan.

De electropopliedjes met synthesizers, beats, elektrische piano en strijkers hebben een lekkere sfeer, maar echt beklijven doen ze ook weer niet. Met alleen een goeie sound kom je er niet. Bij een volgende plaat hoop ik dat ze er een getalenteerde componist bij betrekt. Dan kan het best nog wat gaan worden. Het geheel is geproduceerd door Jacob Portrait van Unknown Mortal Orchestra. Beluister 100 Million in de Soundcloud. Een van de beste nummers is de single Pony, te horen op YouTube.