- artikel & opinie
- boekrecensie
- bomenridders
- brom & vlieg comics
- cartoon
- computer & internet
- dvd / film
- educatief
- english
- feminisme & vrouwenzaken
- iffr
- illustratie
- infographic
- klimaat & milieu
- konijnen
- krant
- links naar leuke websites
- linosnede
- logo
- muziekrecensie
- pictogram
- rotterdam
- strip
- vrij werk
- workshop
- zone 5300
Mice Parade & Sufjan Stevens
maandag 4 oktober 2010
Labels: muziekrecensie
Sufjan Stevens - The BQE (2009) + The age of Adz (2010)
(Asthmatic Kitty / De Konkurrent)
In tien jaar tijd heeft de Amerikaanse multi-instrumentalist Sufjan Stevens al negen platen gemaakt. De folky gitaarliedjes kregen jaar na jaar een steeds complexere orkestrale aankleding. Met het groots opgezette project The BQE leek workaholic Stevens verder dan ooit verwijderd van zijn eerdere singer-songwriterwerk. Modern klassiek zonder gitaren of digitale fratsen maar met blazers, stijkers en piano. Hij liet zich inspireren door de Brooklyn-Queens Expressway, een controversiële snelweg die de stadsdelen Brooklyn en Queens in New York doorkruist. Op het New Yorkse Next Wave Festival van 2007 was dit film- en muziekproject voor het eerst te horen. In 2009 werd het op cd uitgebracht. De chaotische drukte van de snelweg is (inclusief getoeter) mooi in muziek gevangen. Even leek hij zich deze keer te beperken tot strijkers, piano en blazers, maar na twintig minuten kon hij het toch niet laten: in Movement IV: traffic shock zijn de computerbeats weer terug. En hoe!

Zijn nieuwe plaat The age of Adz is zojuist verschenen. Ook hier de bekende optelsom van strijkers, digitale beats, fluiten, blazers, piano, gevoelvolle solozang en veel koren. Vaak allemaal tegelijk en behoorlijk up-tempo. Hij weet wat hij kan en heeft duidelijk geen zin gehad zich te beperken. Integendeel: Stevens wil juist meer! De opzwepende golven strijkers en fluiten doen soms denken aan Amerikaanse filmsoundtracks uit de jaren ‘50 waarin zeilschepen in stormen vol donder en bliksem vergaan. Onbedoeld een toepasselijke associatie: hoe knap bedacht de composities namelijk ook zijn, het geheel dreigt onder zijn eigen gewicht te bezwijken.
Door track nummer twee Too much te noemen lijkt hij zich daar bewust van te zijn, al kan het nummer ook best ergens anders over gaan; de teksten zijn lastig te volgen omdat ze vaak wegvallen in het sonische geweld. Hoeveel fluitriedels kan een Sufjan Stevens-fan verdragen? Veel, maar er zijn grenzen. I want to be well is met dik 6 minuten een aanslag op het uithoudingsvermogen van de luisteraar. Met het gebruik van galm op de zang is hij ook niet bepaald zuinig geweest, wat het geheel nog bombastischer maakt. Een beetje zoet ook, als je daarbij een paar keer ‘I’m so in love!‘ zingt, met de dramatische inslag van een Marco Borsato. Stevens dreigt een karikatuur van zichzelf te worden. Zijn ambities zijn met hem op de loop gegaan, met een draak van een plaat als resultaat. Toch is hij één van de interessantere songschrijvers van deze tijd, waardoor je toch nieuwsgierig blijft naar zijn volgende project.

Mice Parade - What it means to be left-handed
(Fat Cat / Bertus)
Na drie jaar radiostilte komt percussionist Adam Pierce met zijn band Mice Parade eindelijk met een nieuwe plaat. De opzwepende mix van sprankelende gitaarweefsels en complexe drumpartijen heeft al een handvol mooie platen opgeleverd. Mokoondi (2001) bestond nog uit puur instrumentale stukken die soms Afrikaans van sfeer waren en mag een (voorlopig) hoogtepunt heten. Op Aubrigado Saudade (2003) begonnen de nummers al diverser van stijl te worden, van rock tot jazzy akoestische intrumentals. Ook werd er steeds vaker gezongen. Bem-Vinda Vontade (2005) was nog liedjesachtiger. Nieuw waren de synthesizer en vibrafoon plus. Deze plaat kon nog wel voor veelzijdig doorgaan maar vormde toch een geheel. Hetzelfde geldt voor Mice Parade (2007), dat naast kabbelende gitaarliedjes à la Tunng ook stevig rockende passages kent.
Maar veelzijdigheid kan ook uit de hand lopen. Op What it means... lijkt de band in een identiteitscrisis te zijn beland. Openingsnummer Kupanda is Afrikaans van sfeer met de Swahili zanger Somi en Koraspeler Abdou. Zeker één van de fijnste tracks. Maar de plaat lijkt hoe langer hoe meer op een verzamel-cd met bijdragen van verschillende bands. Vooral Mallo Cup is curieus: het rockt en scheurt als een regelrechte kruising tussen Sebadoh en Dinosaur Jr. Dan is het weer jazzdrums en flamencogitaar. Experimenteren valt natuurlijk te prijzen, maar de samenhang is op deze plaat ver te zoeken. Mice Parade telt nu zo’n zes leden, waaronder Doug Scharin (de fenomenale drummer van HiM), de klassieke gitarist Dan Lippel en Dylan Cristy (The Dylan Group). En dan haalt hij er ook nog leden van de Japanse bands Clammbon en Toe bij. Net als op vorige platen komt de kinderlijke en mierzoete fluisterstem van Kristin Anna Valtysdottir (Múm) af en toe langs. Je moet ervan houden. De zang is niet de sterkste kant van Mice Parade, wie er ook achter de microfoon staat. Het unieke Mice Parade-geluid komt het beste tot zijn recht in de instrumentale stukken. De drummers Pierce en Scharin zijn de spil waar alles om draait. Blijkbaar waren ze uitgekeken op lange hypnotische intrumentals en wilden ze gewoon eens lekker rocken. Moet kunnen. Maar moet het ook allemaal op één plaat? Hopelijk was dit maar een tijdelijke vlaag van besluiteloosheid. Aan het talent van Pierce en de zijnen kan het toch niet liggen.
