< Terug naar overzicht

iFFR festivaldagboek

Kan door huid heen – Esther Rots

Marieke wordt door een indringer bijna in haar bad verdronken. Haar relatie is ook net uit, dus het begint al met een dubbel drama. Maar Marieke is een stoere vrouw. Die gaat niet als een Bridget Jones zielig voor de tv zitten met een doos bonbons. Een bouwval op het Zeeuwse platteland opknappen leek haar een beter idee. Maar haar trauma reist mee, dus barricadeert ze haar woning als ze mannelijk gespuis rond haar steenkoude lekkende huis ziet lopen. Buurman John wil alleen maar helpen. Stoere vrouwen willen alleen niet geholpen worden. Met de tanden op elkaar gaat ze slopen en verven. Rivka Lodeizen speelt de gekwelde Marieke erg overtuigend. Haar maniakale vasthoudendheid is boeiend om naar te kijken. Maar John is ook vasthoudend. Ze laat hem dus toch binnen om haar douchevloer te komen repararen. Een spel van aantrekken en afstoten volgt. Wat er met de titel bedoeld wordt? Het camerawerk denk ik. Door de hele film heen wil de lens bijna door Rivka’s poriën heen naar binnen. De extreme close-ups gaan op den duur wel wat irriteren. Wat is dat toch met vrouwelijke regisseurs en die eindeloze aandacht voor het vrouwelijk lichaam?

Ondertussen gebeuren er wat ongeloofwaardige dingen. Ondanks de algehele angst voor mannen, duikt Marieke plots het bed in met de onappetijtelijke John. Wanneer ze helemaal door het lint gaat tijdens een telefoontje met een vriendin, duwt hij haar met kleren en al onder de douche. Om haar te kalmeren. Pardon? Een rustige verstandige man als John zou nooit een hysterische vrouw met geweld onder een douche duwen om haar te kalmeren. De keuze voor deze scene is wel begrijpelijk: zo kon mooi een link gelegd worden met de bijna-verdrinking aan het begin van de film. Maar het werkt niet omdat het onlogisch is. Al met al is Kan door huid heen een knap staaltje psychologisch drama. Feministische cinema, je moet ervan houden; het had van mij wel iets minder hysterisch gemogen. De soundtrack van Dan Geesin is wel erg goed: hij weet een breed scala aan ongewone geluiden uit een piano te halen. Dat past erg goed bij de beklemmende sfeer.

Telstar – Nick Moran

Joe Meek schreef geschiedenis met een aantal hits en vernieuwende opnametechnieken. Dit alles vond plaats in kleine kamertjes bekleed met bloemetjesbehang boven een handtassenwinkel in swinging London, begin jaren ‘60. Er wordt erg rap Cockney gesproken, dus consentratie is vereist om niets te missen van de erg grappige dialogen. Meek blijkt een maniakaal figuur, opvliegend en gepassioneerd. Kevin Spacey speelt zijn koele zakenpartner die hem op de vingers tikt als er teveel geld doorheen gaat. Zonder de militaire discipline van deze bully Major Wilbert zou Meek al veel eerder zakelijk ten onder zijn gegaan. Meek drijft de sessiemuzikanten regelmatig tot wanhoop, maar weglopen valt niet mee als je eerst een scheldende major tegenover je hebt en dan nog eens het pistool van Meek tegen je achterhoofd. “ Play the drums or I’ll blow your head off!”.

Meek huurt het krappe bovenhuis van de handtassenverkoopster beneden. Terwijl iedereen (ook zij zelf) gillend gek wordt van de overlast, blijft zij hem tot het einde de hand boven het hoofd houden, wat haar duur te staan komt. Meek heeft een fijne neus voor wat nieuw en hip is, maar doet ondertussen wel The Beatles en The Kinks af als eendagsvliegen. Erg grappig is de scene waarin hij in een droom de melodie van de toekomstige megahit Telstar hoort, uit bed springt en hem in de studio in een microfoon brult. Zijn zakelijk inzicht is vrij beperkt, wat nog erger wordt als de blonde Heinz binnen komt. Verblind door lust ziet hij niet dat zijn geldverslindende pogingen om Heinz een ster te maken zijn bedrijf bijna om zeep helpen. Van de roem heeft hij niet lang kunnen genieten: hij schiet zichzelf neer, paranoïde, verslaafd aan kalmeringsmiddelen, blut en eenzaam. Telstar is een prachtige film, niet alleen voor fans van The Tornadoes en The Honeycombs. Een wervelend portret van de swinging sixties.

Der Architekt – Ina Weisse

Georg is architect en een zwijgzaam type. Wanneer hij hoort dat zijn moeder gestorven is, neemt hij niet de moeite dat aan zijn vrouw Eva te zeggen. Die komt er pas achter als ze de pastoor aan de lijn krijgt. Dochter Reh en zoon Jan worden opgetrommeld voor een ritje naar het pittoreske bergdorpje waar Georgs ouderlijk huis staat. De begrafenis is al vaker in films gebruikt als aanleiding voor explosief familiedrama. Neem een bruiloft, kerstdiner of begrafenis en er komt altijd wel oud zeer naar boven (denk aan Festen). Het kleine houten huisje van Georg’s moeder krijgt al snel de eigenschappen van een snelkookpan.

Een uitgeblust huwelijk, een bemoeizuchtige moeder, gefrustreerde ambities van de kinderen, de boel loopt danig uit de hand. Zeker als de plaatselijke kruideniersvrouw zich er ook nog mee gaat bemoeien. Gezellig wordt het in ieder geval niet. Met een fileermesje worden de gebreken van vooral Eva en Georg genadeloos ontleed, erg realistisch en aangrijpend gespeeld. Het stille vijandige winterlandschap weerspiegelt het stille lijden van de gezinsleden, want schreeuwen, daar doen welopgevoede Duisters natuurlijk niet aan. Alcohol naar binnen gieten des te meer. Toch is dit geen melodramatische film, juist vanwege de stiltes en subtiele aanpak, waardoor je zelf alle gelegenheid krijgt een en ander in te vullen. Mooi drama, maar je moet er wel voor in de stemming zijn.