< Terug naar overzicht

Giant Sand - Blurry Blue Mountain

Giant Sand - Blurry Blue Mountain (Fire Records - Bertus)

Dit gezelschap uit Tucson Arizona heeft sinds 1985 al zo’n vijfentwintig platen gemaakt zonder in Europa ooit echt een grote naam te worden. De afsplitsing die Calexico heet en muzikaal uit ongeveer hetzelfde vaatje tapt is inmiddels bekender dan Giant Sand zelf, maar zanger Howe Gelb en zijn steeds wisselende band gaan stug voort. Hun mix van Americana, alternatieve country en roots rock dringt zich niet op, maar is wel sfeervol, herkenbaar en erg goed geschreven en gespeeld. Ook deze plaat zal waarschijnlijk weinig beroering veroorzaken in Europa, maar de fans kunnen weer genieten van veertien doorleefde luisterliedjes in herfstkleuren.

Giant Sand heeft inmiddels samengewerkt met een indrukwekkende rij namen, waaronder Vic Chesnutt, Victoria Williams, PJ Harvey, Jello Biafra, Isobel Campbell en Lisa Germano. Op dit album is de special guest Lorna Kelly, die het Cat Power-achtige countryduet Lucky Star Love met Gelb zingt. De man is inmiddels van middelbare leeftijd en begint Blurry Blue Mountain met terugkijken naar het verleden. Zijn lage stem met hier en daar een zucht klinkt op zich al vrij melancholisch en de tekst van opener Fields of green versterkt dat nog eens. ‘They’ve been killing off my heroes since I was seventeen / Some have disappeared so mysteriously, never to be seen / When finally hitting forty the losses seem to quicken / That what doesn’t kill you really does make you stronger / Now that I’m well over fifty and the longest hours move so swiftly / Such young fresh folk look to me as pathfinder’.

Toch is dit geen depri plaat. Ironie, warmbloedige poëzie, grappige levenswijsheden en zelfrelativering zijn ruim voorhanden. Op Chunk of coal mompelt hij bij een jazzy pianopartij voor zich uit, begeleid door drums met kwastjes, bluesy gitaartokkels en af en toe een viool. Een overstuurde electrische gitaar zorgt af en toe door de hele plaat heen voor wat opschudding. Het verschil tussen Chunk of coal en het vuig rockende Thin line man is enorm, maar toch zorgt het typische Giant Sand-geluid (inclusief lapsteel) ervoor dat alle tracks een geheel vormen. Time Flies is het meest jazzy nummer van de plaat met erg fijn pianospel en de hoopvolle tekst: ‘Time flies / so do I / into the next decade’. Gelb lijkt er gelukkig nog niet aan te denken met pensioen te gaan.

Royal Baths - Litanies (Woodsist - De Konkurrent)

Deze garagerockers uit San Francisco houden van lekker ouderwets. Ze maken er ook geen geheim van waar ze hun inspiratie vandaan halen: The Stooges, The Velvet Underground en east coast psychedelica. Vooral Sitting in my room doet erg denken aan The Stooges anno 1969. Inspiratie halen ze duidelijk ook uit andere zaken. Sitting in my room is tamelijk expliciet: ‘What are you gonna do till the morning comes? I’m in my room, here I am / And I’m too high to go to bed / What’re you gonna do till the morning comes / What’re you gonna do till then.‘ Ze zetten er vervolgens nog een sitar onder (of iets dat erop lijkt) en het retroplaatje is compleet. Toch komen ze weg met hun gedweep met het verleden want hun debuutplaat klinkt toch wel erg lekker.

Een beetje jammer is alleen dat de zanger zo slaperig en onvast klinkt. Een zanger met wat meer persoonlijkheid en power achter de microfoon zou beter zijn geweest. Nikki don’t is wat luchtiger van toon en heeft meer een Sonic Youth-sfeer. I detest klinkt nog het meest als The Stooges, al is het wel een stuk trager. De lo fi opnames klinken behoorlijk zompig en log. De ritmesectie klinkt alsof ze door een modderig aardappelveld aan het stampen is. Drugs waren blijkbaar ruim voorhanden. Toch is er wel degelijk sprake van een eigen Royal Baths-geluid. Ze combineren de druggy garagesound namelijk met vrolijk galmende oohoo’s en aha’s van de psychedelische bands aan de east coast van veertig jaar geleden. Dat maakt de plaat heel genietbaar. Wie vroeger Guv’ner en The Jesus & Mary Chain draaide kan Litanies waarschijnlijk wel waarderen.