< Terug naar overzicht

Cartoons voor GroenLinks Brabant presentatie

Op de Brabantdag van GroenLinks hield lijsttrekker Hagar Roijackers een presentatie over de Brabantse Bagel, een doorvertaling van de donuteconomie van Kate Raworth. Ik maakte daar drie cartoons bij.

De mens in de navel van de wereld, de aarde er als een beschermende laag eromheen. De economie kan nooit groter zijn dan mens en aarde. Die eenvoudige boodschap, in die eenvoudige vorm, is de kracht van het donutmodel van econoom Kate Raworth. Ze werkt voor het Environmental Change Institute van de Universiteit van Oxford, en was eerder onderzoeker voor onder meer Oxfam. Haar verhaal sloeg in als een bom en werd breed opgepikt in de media. En zeker hier in Nederland ook in de politiek.

Waar wij als GroenLinks Thomas Piketty naar de Tweede Kamer brachten, was het ditmaal de Partij voor de Dieren die haar afgelopen juni liet spreken voor de Kamerleden. GroenLinks liet zich ook niet onbetuigd: zo ruimden we maar liefst een halve editie van De Helling in voor Raworth’s ideeën, inclusief een bijdrage van de Statenfractie van GroenLinks Brabant.

Maar hoe fris ook gebracht, heel nieuw zijn haar ideeën niet, als we eerlijk zijn. Al zolang wij als GroenLinks geworteld zijn in de milieugroeperingen en in de wereld van internationale solidariteit en samenwerking, kennen wij uit de eerste hand de ongemakkelijke waarheden waar in de afgelopen decennia grootheden als Al Gore, Leonardo di Caprio en nu hipster-econome Raworth mee komen.

Onze natuurlijke grondstoffen raken in rap tempo op, oceanen raken vol met plastic en leeg met vis en koraal; onze lucht, water en bodem zijn ernstig vervuild; land grabbing is aan de orde van de dag; welvaart en rechten zijn alles behalve eerlijk verdeeld en de vluchtelingencrisis en klimaatcrisis hangen zoveel sterker samen dan rechtse partijen ons willen doen laten geloven.

Maar weten en benoemen is het één, er daadwerkelijk wat aan doen is het andere. En dat doen we ook. GroenLinksers zijn nogal van ‘practice what you preach’. Veel van ons doen persoonlijk veel aan het bestrijden van onrecht en verspilling en het vergroten van sociale kansen en vergroening.

We richten een energiecoöperatie op, eten weinig of geen dierlijke producten, verbouwen ons eigen voedsel, doen vrijwilligerswerk in buurt en wijk, steunen goede doelen aan de andere kant van de wereld en rijden veel op de fiets of in het OV of de elektrische auto.

Maar we weten donders goed: dat is niet genoeg. En waar we nu staan als partij hebben we nu een kans om de structuren van onze politiek, maatschappij en economie te adresseren. Om zoveel meer te doen dan een fietspad erbij, een bomenlaan redden of een vegetarische kroket in de kantine van het gemeente- of provinciehuis.

Te beginnen in Brabant. Onze provinciale jaarbegroting omvat mede dankzij de verkoop van Essent een balanstotaal van ruim 4,4 miljard euro. Het maakt nogal wat uit of deze gelden gaan naar snelwegen of bussen, naar grootindustrie of zonneparken, naar prestigeprojecten of kunstenaars, naar bioboeren of mestfabrieken.



In de afwegingen kun je kijken naar de prioriteiten voor de gevestigde economische spelers in de provincie, laten we dit het VVD-model noemen (in Brabant met steun van coalitiepartners PvdA, D66 en de SP). Of je kijkt wat het beste is voor de Brabanders zelf, nu en in de toekomst. Wat doet ons provinciale beleid voor veiligheid en gezondheid van de Brabanders, voor wonen en werk, voor energie en voedsel, voor inspraak en gelijkheid?

En andersom: blijven we binnen de grenzen als we kijken naar hoeveel CO2 we uitstoten, kwaliteit van ons leefmilieu en onze biodiversiteit? Die laatste indicatoren staan flink in het rood, dus valt het te rechtvaardigen om daar flink wat begrotingsruimte voor vrij te maken om verdere uitputting te voorkomen en Brabant met een gerust hart te kunnen doorgeven aan de volgende generaties. Bij de provinciebegroting voor 2018 presenteerden we daarom de Brabantse Bagel.

Als GroenLinkser zou je denken: een fair verhaal, waar we zo de meerderheid voor zouden moeten krijgen. De Gedeputeerde Financiën Van Merriënboer complimenteerde ons dan ook met de visie. Maar, en daar komt de maar, hij had ‘moeite met onze uitleg naar de praktijk’.

Verandering, breken met het verleden… als je daarvoor pleit, dan haal je je nogal wat op de hals – met hoeveel feiten, bezieling en overtuiging dan ook. De zittende macht voelt zich ernstig aangetast en bedreigd op het moment dat je de bestaande modellen en theorieën terzijde schuift en er je eigen model en theorie overtuigend tegenover zet.

En daar komt dan toch de politieke aap uit de mouw: als je Raworth’s ideeën echt gaat toepassen, dan voer je radicaal beleid. Dan moet je flink aan de noodrem trekken ten aanzien van vervuiling, emissies en verspilling. Dan zet je radicaal in op energietransitie en het sluiten van kringlopen. Ook Nederlanders als Marjan Minnesma, Jan Rotmans  - die voor GroenLinks Brabant en Limburg vorig jaar grofweg onze energietransitie berekende: tientallen miljarden euro’s per regio - en onze eigen Brabantse econoom Jan Juffermans zullen direct instemmen.

De economische wetenschap is niet gek; al veel langer worden de sociale en ecologische dynamieken van onze wereld meegenomen in de modellen en theorievorming. Ook in het economische beleid.

Interessante voorbeelden zijn de nieuwe modellen vanuit de grote Nederlandse banken, zeker voor het mesoniveau van de regio’s. De eerste Brede Welvaartsindicator voor provincies is door Rabobank aangeboden aan Provinciale Staten en uitgereikt aan GroenLinks Brabant, omdat wij in 2017 een motie daartoe indienden.

Bij de welvaartsindicator van Rabobank missen we wel het verlies aan biodiversiteit en landschap, denk aan onze bijen en vlinders en vogels. Ook de CO2- uitstoot werd slim verzwegen door de Rabobank (‘growing a better world together’) die blijkbaar niet écht naar de klimaateffecten wil kijken… Ook de groeiende maatschappelijke tweedeling op de woning- en arbeidsmarkt en de toenemende ondermijnende criminaliteit zijn er nog niet in genoemd.

ING Economisch Bureau heeft inmiddels erkend aan GroenLinks Brabant dat er in hun volgende klimaatscores voor provincies meer indicatoren voor milieu moeten worden meegenomen, omdat ze toch wel een grote broek aantrokken door in een persverklaring te spreken van ‘schoonste provincies’ zonder bijvoorbeeld transport, veehouderij (onze befaamde megastallen) en waterkwaliteit in hun berekeningen mee te nemen.

Het verhaal van Raworth is dan ook zoveel meer dan een economisch model. Zoals iemand al opmerkte bij de lezing: “Wat Raworth interessant maakt, is dat ze het potentieel van ieder mens wil openbreken en niet ‘slechts’ het klimaat wil redden.” Dat past ook bij GroenLinks nu, onder Jesse Klaver. We willen een partij zijn voor iedereen, een brede beweging.

Dus we hier zitten vanmiddag: wat kunnen we precies ‘verdonutten’ of ‘verbagelen’ als partijleden en als politici? Het moet gaan om politiek dichtbij, binnen onze macht.

Stel, je houdt van de natuur. Tijdens je wandelingen in de omgeving raap je elke dag de troep op. Je bedenkt dat hier een verhaal in zit. Dus je zet je foto’s van alle zwerfvuil op sociale media, je vormt een netwerk met andere mensen die precies hetzelfde doen en je zorg dat de politiek er wat aan doet vanuit wetgeving en handhaving. Maar ook: zonder te willen betuttelen stel je een voorbeeld aan andere.
Je hebt een wereldreis gemaakt, bent geraakt door omstandigheden van mensen en je besluit: in mijn bedrijf wil ik geen inkoop van producten of materialen die ten koste gaan van mensen en natuur in andere landen. Je richt je eigen bedrijf zo in. Je legt contact met andere ondernemers die hetzelfde doen, je vormt een netwerk met elkaar en je maakt een vuist naar de politiek: zorg dat wat wij doen ook een regel of wet wordt waar alle bedrijven zich aan houden. Dat is namelijk wel zo eerlijk, dan bedrijf je fair trade met elkaar, als regio of land.

Weer iets anders: je hebt lang de zorg gehad over een familielid waar je veel van houdt. Je hebt ervaren wat een enorme inzet professionele verzorgenden en verpleegkundigen meebrengen, maar dat ze zuchten onder werkdruk en regeltjes. Zelf vond je het ook niet makkelijk om je een weg te banen in de regelingen en het papierwerk, en was de mantelzorg vaak best zwaar. Je deelt je verhaal, met anderen, met de media, met de politiek. Je beseft dat het niet één verhaal is uit één familie in één gemeente. Maar dat er veel breder iets helemaal scheef zit. Jouw verhaal raakt de harten, zelfs de harten van de gevestigde politiek. Je bent niet meer alleen.

De kracht van het donutmodel is de eenvoud: het plaatst de mensen in de navel van de wereld en de aarde als beschermende laag eromheen. De economie kan nooit groter zijn dan mens en aarde.

We dachten lang, inclusief ikzelf in mijn jaren dat ik werkte op de economische faculteit van de Universiteit van Amsterdam, dat economie was van de economen.

Van macro-economische instituten zoals het Centraal Planbureau. Maar verandering – ook economische verandering  - begint van onderop, vanuit ons, vanuit de praktijk zoals hier in Tilburg en in heel Brabant, vanuit de goede ideeën zoals die van Kate Raworth en de ideeën die we vanmorgen en hopelijk in de sessies hierna gaan horen van elkaar.

Vanuit de Statenfractie gaan we luisteren naar de veranderaars en doeners die al lang, of pas net, bezig zijn om de donut- of bageltheorie in de praktijk te brengen. En gaan we hen centraal zetten in de verandering die we willen, hier in Brabant. En we vragen jullie om mee te doen, te beginnen bij de sessies die hierna gaan volgen. - Dankjewel