< Terug naar overzicht

4 iFFR filmrecensies

Last Conversation – Noud Heerkens

Johanna ter Steege in de auto, 80 minuten close up door de voorruit gefilmd, de ogen in de schaduw, alle aandacht op de mond. Die doet al het werk: bijna de hele film lang bellen met de getrouwde man die haar zojuist aan de kant heeft gezet. Aanvankelijk lijkt ze het allemaal prima onder controle te hebben, maar dat blijkt slechts een staaltje goed acteren. Dat voordurend water drinken doet ze ook niet voor niets: er moet het een en ander weggespoeld. Psychisch gewonde vrouwen spelen kan ze als geen ander. Gecombineerd met haar bleke kwetsbaarheid is ze een beetje de Nederlandse Isabelle Huppert. Emotie op de vierkante millimeter, een cynisch lachje, angstige ogen, ze doet het erg goed.  Een aangrijpende situatie, maar na een uur beginnen de voorbijflitsende muren, bomen en asfaltstrepen wel wat te vervelen. Een goed geschreven monoloog, maar als film van 80 minuten net iets te saai.

Wendy and Lucy – Kelly Reichardt

Reichardt’s vorige film Old Joy was een rauwrealistisch pareltje over ontwortelde mensen aan de zelfkant. Van haar tweede film had ik dus hoge verwachtingen.
Iedereen die wel eens een hond of kat is kwijtgeraakt gaat het niet droog houden bij dit verhaal. Wendy is op reis naar Alaska met haar hond Lucy, hopend op een nieuw leven. Michelle Williams’ realistische ingetogen acteren is verbluffend mooi. Ze zet een stoere maar ook wanhopige zwerfster mee die nog elke dag in de wc van een benzinestation haar tanden poetst – een contrast met de wino’s die ze bij een kampvuur treft, met Will Oldham in een bijrol als aan lager wal geraakt type. Het zit Wendy niet mee. Als haar auto het begeeft wordt ze lomp behandeld door een garagehouder. Bijna blut steelt ze een blik hondenvoer en belandt prompt op het politieburo. En dan raakt ze Lucy ook nog kwijt. Gelukkig is het niet alleen maar kommer en kwel. Als de nood hoog is, is de reddende engel nabij in de vorm van een meelevende parkeerwacht die haar zijn mobieltje leent. Maar of alles toch nog goed komt? Zij weet het niet. En wij dus ook niet.

Louise-Michel – Gustave Kervern & Benoit Delépine

Dezelfde hoge verwachtingen had ik van dit Waalse duo, dat in 2004 met Aaltra in mijn festival-top-vijf eindigde. Inktzwarte absurde humor, vol lelijke gewelddadige mensen die in de meest onwaarschijnlijke situaties belanden. In Louise-Michel is het al niet anders. De nurkse analfabete Louise wordt ontslagen, samen met al haar collega’s. Samen besluiten ze met hun oprotpremie de baas om te laten leggen door een pro. Louise zal het wel even regelen. Want zo moeilijk kan dat toch niet zijn, een hitman vinden in Wallonië? En inderdaad, ze hoeft alleen maar een pistool van straat op te pakken en de man na te lopen die het ding zojuist uit zijn jas liet vallen en ze heeft haar pro. Michel neemt haar mee naar zijn kantoor en maakt van grootspraak een ware kunst. Haar goedgelovigheid is zijn redding en hij neemt de klus maar al te graag aan. Hij hoeft alleen nog maar even te leren schieten. En wat spullen op te halen bij z’n ouders (die hem Cathy noemen). Gaandeweg wordt duidelijk dat mensen niet lijken wie ze zijn. Raskomiek Benoit van Poelvoorde speelt een erg leuke bijrol van Michel’s geschifte ingenieur-buurman.

Of time and the city – Terence Davies

Een portret van Liverpool, de stad waar Davies opgroeide. Met een collage van grofkorrelig zwart/wit en kleur heeft hij niet alleen een documentaire over deze stad gemaakt, maar meer nog een beeldgedicht over de niet uitgekomen dromen van zijn jeugd. Vooral de poëtische voice over vol melancholie maakt deze film, meer nog dan de bruisende stadsgezichten. De katholieke kerk hield hem voor dat alles goed zou komen als hij maar geloofde. Inmiddels is hij een overtuigd atheïst. Ook het geldverslindende koningshuis kan hem gestolen worden. “We were hoping for paradise, but ended up in the anus mundi”. We wisten al wel dat Liverpool, Glasgow en andere industriesteden in de seventies verloederd waren, maar de vele beelden van vervallen flats met ingegooide ruiten blijven schokkend. De rode bakstenen arbeidershuisjes, zwerfhonden, tandeloze oude vrouwtjes en mooie havengezichten, als je van oude filmbeelden houdt is dit een tip! Dat de ploeterende arbeiders zich ondertussen wel degelijk goed konden vermaken zien we op de filmpjes van het strand, voetbalwedstrijden, paardenrennen, kermis en massa’s spelende en zingende kinderen op straat. Maar of Davies destijds ook vrolijk meevoetbalde blijft onduidelijk. Hij bracht in ieder geval veel uren in de bios door, fantaserend over Hollywoodsterren. En terwijl de massa de Beatles vereerde, luisterde hij naar Mahler, Brückner en opera’s. Mooie sfeervolle film, maar wel wat zwaarmoedig.