< Terug naar overzicht

Mathew Sawyer, Goldfrapp, Ulver en Nat Baldwin

Nat Baldwin - Dome Branches : The MVP demos (Western Vinyl / De Konkurrent)

Nat Baldwin studeerde jazz en improvisatie voordat hij in 2005 deel werd van de New Yorkse avantrockband Dirty Projectors. Later speelde hij mee op platen van Grizzly Bear, Vampire Weekend en Department of Eagles. Naast het rockgebeuren componeerde hij ook songs voor contrabas en zang. In 2005 en 2006 maakte hij hier opnamen van met zijn Dirty Projectors-maatje David Longstreth. Bandleiders die bas spelen zijn er genoeg, maar gestreken contrabas als basis nemen voor elk nummer is wel bijzonder. Na acht jaar op de plank te hebben gelegen zijn deze demo’s nu op cd gezet.

Al meteen bij de opener Lake Erie dringt de vergelijking met Dirty Projectors zich op, vooral omdat Longstreth’s grillige zangpartijen een stevige stempel drukken op het geheel. Vaak wordt zijn stem alleen begeleid door contrabas, soms wat simpele drumslagen. Een gedurfde aanpak. De zeskoppige band heeft een onverwacht open geluid, met spaarzaam ingezette electronics, viool en klarinet. Dat moet ook wel; het subtiele geluid van een contrabas zou makkelijk verzuipen als de gitaren en drums voluit zouden gaan. De nogal ingewikkelde liedjes, vaak zonder couplet-refrein-opzet, doen nogal academisch aan. Het zijn duidelijk geschoolde musici die uit de Brooklyn scene zijn gerecruteerd. De samenzang en geïmproviseerde gitaarpartijtjes zijn wel smaakvol en origineel, maar erg catchy is het allemaal niet. De liedjes lijken onaffe schetsen. Longstreth’s vocale capriolen zijn niet goed te verstaan en houden vaak iets te lang aan. Meer keren luisteren helpt echter wel. Met een beetje geduld zijn er prachtnummers te ontdekken, met name de twee laatste tracks. Look She Said is een van de beste nummers, met (niet digitale) handclaps die we ook van de Dirty Projectors-platen kennen.

Goldfrapp - Tales Of Us (Mute Records / Play It Again Sam)

De Britse Alison Goldfrapp maakte met haar debuut Felt Mountain in 2000 grote indruk. Haar fluwelen zuchtzang was betoverend, sensueel en loepzuiver. Maar ook lof voor de tweede helft van het duo, componist Will Gregory, die eveneens keyboards en electronica voor zijn rekening nam. Vanaf plaat nummer twee, Black Cherry, was het subiet afgelopen met de zwoele kabbelende nummers en sprookjesachtige sferen. Met stevige beats en vette synths leken ze een groter electropoppubliek te willen bereiken. Dat lukte prima. Armani gebruikte het nogal doorsnee disconummer Strict Machine zelfs voor een parfumreclame. Hun laatste album leverde een Grammy nominatie op en ze werden in 2005 beste alternatieve groep/artiest op de MTV Europe Music Awards. Ik houd best van een goed potje electropop maar ‘Goldfrapp goes dance’ kon me niet bekoren.

Met hun zesde album Tales Of Us grijpen ze terug naar de verstilde sound van Felt Mountain. Wat de reden ook moge zijn voor deze ommezwaai, het is een mooie plaat geworden. Op de website is een voorproefje te zien en horen. Psychedelische discokleuren hebben plaats gemaakt voor stijlvol zwart-wit. Terug is de zuchtzang (nu met extra veel lucht). De muzikale begeleiding is meestal sober; een tokkelende akoestische gitaar, contrabas, een piano, wat digitale strijkers. Electronica is minder prominent aanwezig. Minpunt is wel dat het allemaal minder bijzonder klinkt dan op hun debuut. Alvar klinkt met een shoegaze-gitaartje nogal eighties. Met Thea dreigen ze alsnog de bombastische kant op te gaan, maar het ontspoort gelukkig net niet. Jammer dat er niet echt een nummer bij zit dat een hele dag in je hoofd blijft hangen. Kortom: een beetje braaf maar wel mooi. Tales Of Us is risicoloos op te zetten tijdens een familiediner. Dat zal voor de één een aanrader zijn, voor de ander zeker niet. Bekijk de trailer op YouTube.

Ulver - Messe I.X-VI.X (Kscope – De Konkurrent)

De Noorse band Ulver is allang geen black metalband meer. Al jaren laten ze zien overweg te kunnen met rock, pop, symfonica, electro en ambient. Hun platen werden daarmee steeds toegankelijker. Oude fans haakten af, nieuw publiek stroomde toe. Hun nieuwste album Messe I.X-VI.X produceerden ze in opdracht van het Tromsø Kulturhaus, in samenwerking met The Artic Opera en het plaatselijke philarmonisch orkest en wat externe arrangeurs en componisten. Hun lang uitgesponnen soundscapes waren voorheen soms aan de saaie kant, maar op Messe pakt het best spannend uit. Ze combineren hier een symfonische aanpak met modern klassiek, ambient en electronica. De mineursfeer overheerst en van bombast zijn ze ook niet bepaald vies. Mooi is het wel en dan is hun zwaar op de hand zijn best te pruimen.

Heet eerste deel heet As Syrians Pour In, Lebanon Grapples With Ghosts Of A Bloody Past. Met zo’n titel zet je meteen de toon. De trage wringende vioolpartijen in dit stuk doen sterk aan Arvo Pärt en Gorecki denken. Daarna worden ook electronische beats en synths toegevoegd. Van een enkele viool of piano wordt het geluid opgestuwd tot elektronische noise, maar de spanning wordt altijd op een beheerste manier op- en afgebouwd. Die afwisseling tussen subtiele stukken en massieve ritmische passages werkt prima. In het vierde nummer begint onverwacht een man over “the sacrifice of the innocent” te zingen en doet er zo nog een schepje somberheid bovenop. Jammer, zang had voor mij niet gehoeven, maar blijkbaar mocht de loodzware boodschap in geen geval gemist worden. Welnu, missie geslaagd. Beluister Glamour Box in de Soundcloud.

MATHEW SAWYER & THE GHOSTS – SLEEP DREAMT A BROTHER (Fire Records / De Konkurrent)

Mathew Sawyer heeft een onwaarschijnlijk beroep gekozen: singer-songwriter. Zijn stemgeluid is namelijk zo gammel als een oude fiets. Piepend en krakend schotelt deze Brit ons folkliedjes voor, die onverwacht zoveel charme bezitten dat die valse noten en af en toe uit de maat spelen bijzaak worden. Op een vergelijkbare manier wisten Will Oldham en Vic Chesnutt ook een groot aantal fans te vergaren, al begaven zij zich in donkerder sferen. Sawyer’s derde album Sleep Dreamt A Brother heeft een naiviteit en puurheid waar je vrolijk van wordt, al is de melancholie nooit echt ver weg. In het refrein van Don’t Tell The Others What We Were Singing komt dat het duidelijkst naar voren. “Don’t you want to be here, darling? Don’t you want to be the one that’s having fun? Well I do, with you.“, zingt hij wat eenzaam.

Het instrumentarium bestaat uit flamencogitaar, viool, cello, oude ritmebox, een vleugje elektronica, een piano die nodig gestemd moet worden en wat malle bijgeluiden. Wat deze band mist aan technische perfectie maakt ze ruimschoots goed met persoonlijkheid, ook op tekstueel gebied. De liedjes doen soms wat aan Belle & Sebastian denken. Het meest experimentele nummer bewaarden ze voor het laatst, met kinderstemmetje dat niét irritant is, ook bijzonder. Het door hemzelf geschilderde hoesje (hij studeerde aan het Londense Royal Art College) sluit goed aan bij dit fijne plaatje dat helaas wat aan de korte kant is. In de Souncloud zijn te horen October All The Time, Death Is Like a Dream We’ll Have en Feeeeling.