< Terug naar overzicht

Paul de Jong, Niek Hilkmann en Jenny Hval

Jenny Hval - Apocalyse, Girl (Sacred Bones Records / De Konkurrent)

Apocalyse, Girl begint met een intrigerende voordracht over rottende bananen en een niet bestaande toekomst, op een manier die een beetje doet denken aan Laurie Anderson. Langzaam wordt haar stem met subtiele elektronische klanken omlijst. Spannend! Hval is een jonge Noorse componiste, die breekbare intieme nummers maakt, die soms als pop klinken, dan weer als sprookjesachtige soundscapes. Ze studeerde creatief schrijven en performance in Australië, waar ze ook in bandjes speelde. Ze keerde terug naar Noorwegen en debuteerde daar in 2006 als solo act. Twee eerdere platen maakte ze onder de naam Rockettothesky. Nu opereert ze onder eigen naam. Apocalyse, Girl is haar vijfde plaat.

De ijle synthesizerpartijen, de meestal zachte, hoge zang, het doet nogal Scandinavisch aan. De meisjesachtige sfeer, met veel galm en introspectieve mijmeringen zijn af en toe ietsje te. “Some days I feel like my body is like a cushion / and I can see myself from above / holding wires in my hands.“ Voor de liefhebber, zullen we maar zeggen. Haar werk heeft in ieder geval een eigen gezicht, op zich al een prestatie in het alsmaar uitdijende woud van experimentele laptopartiesten. In That Battle Is Over heeft haar wendbare zang gek genoeg wel iets van de latere Kate Bush, al is het een totaal ander genre. Erg mooi nummer. Het is op haar website te horen, evenals Sabbath. De eerste vier tracks van het album zijn erg sterk. Naast digitale beats horen we ook analoge drums. Ze kan zowel heel subtiel als extatisch zingen. Er zit aanvankelijk genoeg variatie in om de aandacht vast te houden, maar dat wordt halverwege helaas wel minder. De stukken worden steeds dromerige en vormelozer, terwijl de galmknop steeds verder open gaat, om te eindigen in een eindloos voortkabbelende geluidswolk met strijkers, bellen en onverstaanbaar gefluister dat Holy Land heet. Jammer. Toch nog in slaap gesukkeld. Heeft ze de voorkeur voor mistige sferen misschien overgehouden aan de tijd dat ze nog in een gothic metalband speelde? Zou goed kunnen. Fans van St. Vincent zouden deze plaat zeker eens moeten proberen. Hij komt in juni uit. Ze doet momenteel St.Vincent’s voorprogramma. Beluister openingsnummer Kingsize op YouTube.

Paul de Jong - IF (Temporary Residence / De Konkurrent)

Paul de Jong begon zo’n vijftien jaar geleden met Nick Zammuto in New York het duo The Books. Ze oogstten veel lof met hun avontuurlijke mix van stemsamples, synths, beats en geluidscollages. Deze aanpak, ook wel plunderphonics genoemd, wisten ze tot een geheel eigen stijl te perfectioneren. Zo vulden ze het album The Way Out geheel met fragmenten van cassettes uit de genres zelfhulp, new age en hypnotherapie, omlijst met freaky technopop. Dat pakte erg grappig uit. Het duo ging in 2012 uit elkaar om aan eigen projecten te gaan werken. Zammuto ging met de band genaamd Zammuto gitaargerichte art rock maken, resulterend in twee fantastische albums: een titelloze en Anchor. Van Paul de Jong, van huis uit cellist, werd even wat minder vernomen, maar nu is daar dan zijn solo debuut IF.

Fans van The Books kunnen meteen weer aanhaken: de collage aanpak is ook hier de rode draad. Piano, cello, beats, gitaar en analoge drums worden gemixt met traditionele Amerikaanse folkviool en stemsamples. Het geratel van een veilingmeester is al muziek van zichzelf, dus dat pakt goed uit in de mix. De Jong stapelt soms veel lagen op elkaar, wat soms een beetje vermoeiend is, maar gelukkig komt er dan weer een subtielere track achteraan om op adem te komen. IF bevat twaalf fijne afwisselende knip-en-plakwerkjes waar je niet snel op uitgeluisterd raakt. Hij gaat van modern klassiek tot synthpop en weer terug. Zeer geslaagde plaat. Beluister Auction Block en This Is Who I Am eens in de Soundcloud.

Niek Hilkmann - Knak (YCR Records / eigen beheer)

Het Rotterdamse trio onder leiding van Niek Hilkmann is terug met alweer een derde album. Knak brengt zeven Nederlandstalige liedjes met gitaar, bas, toetsen, percussie en vrolijke koortjes. De productie klinkt nogal vol, zeker in vergelijking met zijn debuutplaat, die juist een prettig open geluid had. De teksten van Niek Hilkmann zijn het sterkste punt van de band. Live komen ze het beste over; dat was bij concertjes in Worm wel zonneklaar. Helaas zijn de teksten op deze plaat vaak lastig te verstaan omdat ze een beetje verdrinken in de mix. De galm verergert dit probleem. Toch blijft de eigenzinnige charme van dit studentikoze bandje gelukkig overeind. Ze doen het wederom met simpele composities. Verwar ‘simpel’ niet met oppervlakkig, want wie goed luistert (een koptelefoon helpt) komt genoeg passages met diepgang tegen. En humor!

Virtuoze instrumentbeheersing, daarvoor moet je niet bij hen zijn. Nergens voor nodig, toch? Met een dergelijke attitude (inclusief af en toe knettervals zingen) kom je alleen weg als je een sterke persoonlijkheid hebt. En dat zit wel goed. Of het ernst of ironie is, dat is vaak onduidelijk, wat een extra laagje toevoegt. De manier waarop alle drie in Collie door elkaar heen pa-pa-pa zingen kan onmogelijk géén glimlach op je smoel toveren.
Naast deze band treedt Hilkmann ook op onder de naam Yoshimi!, geeft videoworkshops, knutselt eigen artwork en animaties in elkaar, brengt cassettes uit (zelfs een floppy disk - niets is te dol) en heeft een platform voor modern-klassieke muziek opgericht: Kikvors. Het openingsnummer Alles, een onvervalst liefdeslied, is te horen in de Soundcloud. Maar het advies luidt: ga ze live zien. Dat kan 13 juni in Roodkapje (Rotterdam), waar Knak gepresenteerd zal worden.